Kleur

stap 1-1

Hun kindje had het zo benauwd. Het leek wel te stikken. In paniek hadden de ouders 112 gebeld. Het ging om een buitenlands gezin. Door de taalbarrière verliep de communicatie wat stroef. De ouders zaten met de baby op de bank. Het was hun eerste kindje. Ik weet niet meer of het een jongetje of een meisje was. Het had in elk geval net een flesje gehad.

Gelukkig konden we de bezorgde ouders al snel geruststellen. Het ging om reflux. Dan komt de voeding heel snel weer terug als je het kindje neerlegt. Als de voeding in de luchtwegen komt, ontstaan problemen met de ademhaling. Maar als je het kindje rechtop zet, is de benauwdheid ook zo weer weg. Iedereen kan dan weer opgelucht ademhalen, zou je zeggen. Ook wij, want bij zo’n klein kindje is het toch extra spannend.

De ambulancechauffeur en ik pakten onze spullen bij elkaar en we wilden alweer vertrekken. Tot mijn verbazing bleek de vader heel boos. Voorzichtig vroeg ik hem: “Ik merk dat u boos bent. Wat is er aan de hand?” Met veel armgebaren begon hij over degene die hem te woord had gestaan toen hij 112 belde. De meldkamercentralist ambulancezorg dus. Had die ’t niet goed gedaan, vroeg ik me af. Al pratend werd de vader bozer en bozer: “Waarom stelt ze zoveel stomme vragen?”

Meldkamercentralisten ambulancezorg stellen inderdaad een aantal vragen als je 112 belt. Dat doen ze om snel de situatie te beoordelen. Sommige mensen worden dan ongeduldig en denken: Schiet op, stuur die ambulance nou maar. Wat mensen vaak vergeten, of gewoonweg niet weten, is dat meldkamercentralisten ambulancezorg een verpleegkundige achtergrond hebben. Het zijn zorgprofessionals en weten dus heel goed wat ze doen. Vaak is de ambulance al onderweg terwijl de meldkamercentralist ambulancezorg nog vragen stelt. Op die manier kunnen ze gericht advies geven aan de beller en zoveel mogelijk informatie doorgeven aan het ambulanceteam dat onderweg is naar de patiënt.

Was dat in dit geval verkeerd uitgepakt? Ik probeerde te begrijpen wat er precies was gebeurd. Ik begreep de vader niet helemaal, maar op een gegeven moment drong tot me door wat hem dwars zat. “Waarom moet ze weten wat voor kleur de baby heeft?!”, riep hij. Het kwartje viel. In de beleving van de vader maakte de centralist onderscheid naar huidskleur. Terwijl zij natuurlijk haar professionele vraag stelde als iemand in ademnood is: ze checkt of het gezicht erg bleek is, of mogelijk zelfs blauwig. Bij deze vader viel de vraag over de kleur van het gezicht van zijn baby even helemaal verkeerd. Uiteindelijk snapte hij wel hoe het precies zat. Nu kon pas echt iedereen rustig ademhalen.

Dit verhaal van een ambulanceverpleegkundige is gebaseerd op de realiteit. Om privacyredenen is het verhaal op details aangepast.