Op één dag (1)

ambulancezorg illustratie 2.2

We weten al: dit wordt een heftige reanimatie. Van de meldkamer krijgen we door dat het kindje niet meer ademt. Voor een reanimatie gaan we altijd met twee ambulanceteams. Je moet elkaar kunnen afwisselen. Wij zijn snel ter plaatse. Het andere team ook. Zo snel mogelijk starten we de reanimatie.

Het is dan altijd weer de vraag: betrek ik ouders er bij of juist niet? Zij reageren over het algemeen heel emotioneel. Volkomen begrijpelijk. Ze willen dat je hun kind in leven houdt. En dat wil ik zelf ook. Maar wat als ze de hulpverlening belemmeren? Dat doen ze natuurlijk onbedoeld. Maar over het algemeen heb ik ouders liever niet direct bij de reanimatie. We proberen ze in gesprek te brengen met politie of een andere hulpverlener.

In dit geval hebben de ouders ook familie opgetrommeld. Er is snel een flink aantal familieleden gekomen.

Ook het Mobiel Medisch Team (MMT) komt erbij, maar het mag niet baten. We kunnen het kindje niet meer redden. De regel is dat we pas stoppen als iedereen van het team erachter staat dat de reanimatie stopt. Wil één van ons doorgaan, dan gaan we allemaal door. Uiteindelijk moeten we concluderen dat we niets meer kunnen doen. De arts van het MMT vertelt het tragische nieuws aan de ouders. Wij gaan naar buiten om de familie op dit verdrietige moment bij elkaar te laten zijn.

In het gesprek achteraf lopen we alles nog een keer door. Voor ons, als hulpverleners, is dat erg belangrijk. Weten we zeker dat we echt alles hebben gedaan zoals we het moesten doen? En was er geen mogelijkheid om het kindje toch te redden? Als we alles doorspreken, zijn we het erover eens: we hebben gedaan wat we konden.

De collega op de meldkamer vraagt of we een time-out nodig hebben. Nee, vinden we zelf, We gaan het liefst verder met onze dienst. We praten er wel veel over wat we beleefd hebben. We zijn net weer klaar voor de volgende rit als de melding binnenkomt. “Iemand is in een machine getrokken.” Wat wordt dit voor bizarre dag? (Lees het vervolg)

Dit verhaal van een ambulanceverpleegkundige is gebaseerd op de realiteit. Om privacyredenen is het verhaal op details aangepast.